Luister: schommelen.

Luister: ik ben mijn kinderjaren kwijt, ik herinner me er weinig van. Hoe dat zo gekomen is, weet ik niet. Ik heb er misschien een plausibele uitleg voor, maar daar kom ik later op terug. Eerst moet u met mij naar het nieuwe kerkhof van Vosselaar.

Daar was ik zelf nog maar twee keer geweest. De eerste keer ging ik naar de wake van mijn buurvrouw uit die kindertijd, een paar jaar later zag ik hoe de as van een hele goede vriend er werd verstrooid. Nu zocht ik naar klasgenootjes waarmee ik op de banken van ons dorpschooltje zat, in de hoop dat hun namen me zouden helpen die verborgen tijden te kunnen reconstrueren.

Ik ken wel namen van toen. Rudy en Eric en Patrick, René, Flip. Daar kan ik nog gezichten op plakken, vaag zelfs een verjaardagsfeestje. Maar bij de Dirken, Pauls, Lukken, Lucs en zo veel anderen lukt dat niet meer. Misschien kwam ik hier hun graven tegen, dan zou ik even bij hen stil blijven staan en rekenen op het mechanisme van het geheugen, getriggerd worden over de dood heen.

Rij na rij bekeek ik elke zerk. De zon stond verkeerd – of lag het kerkhof fout – en ik moest vaak mijn hand boven mijn ogen houden om niet verblind te worden door de weerkaatsing op het glanzende marmer. Het was ronduit lastig. Namen, jaartallen en foto’s dansten wild in de schittering, alsof ze niet bekeken wilden worden. Soms ging ik tussen de zerken staan en boog me voorover, uit angst de nodige informatie te missen.

Ik zocht gericht: 1959, mijn geboortejaar en dat van de jongens die hun verhalen mee in het graf hadden genomen, maar het mijne hopelijk voor mezelf zichtbaar konden maken. Na een uur en honderd of wat graven raakte ik licht geïrriteerd, het leek wel of doodgaan niet in hun woordenboek stond. Dat hielp voor geen meter, natuurlijk. Ik gunde hen uiteraard het lange leven –  wat denkt u wel van mij, sjongesjongetoch – maar iets meer respect voor statistieken ware mij toch welkom geweest. En jaja, moesten zij daar rondlopen, op zoek naar hun verleden, ik zou er ook niet voor hun plezier gaan liggen.

En toen: hinke pinke parlez-vous, de eerste die de radertjes van mijn verloren gewaande herinneringen weer liet draaien was meester Goos koffiedoos, derde leerjaar. Op een keer had ik mijn huiswerk niet gemaakt. Mijn belachelijke leugen waarvan ik met oprechte achtjarige naïviteit meende dat die als een valabel argument gold, was dat wij thuis geen stylo’s hadden. Twintig regels “Ik mag niet liegen”, de volgende dag door mijn ouders ondertekend op zijn bureau. Thuis vroeg ik – nog altijd op die wolk van onnozeliteit – pa en ma hun handtekening onder een leeg blad te zetten. Meester Goos koffiedoos keek naar veertig regels, monkellachte en wierp het blad in de prullenmand.

Als een felle flits uit het verleden kwam deze herinnering tevoorschijn. Het werkte dus, uit de dood kwam tot leven waar ik werkelijk al een paar jaar mee worstel: het uitgewiste bestaan van mijn kindertijd. Het mocht best wat prettigers zijn geweest, maar het was op z’n minst beloftevol.

Met nog meer ijver bukte ik me naar de zerken, naar namen uit 1959. Ik vond er twee. Luc en Luc, allebei net geen zestig jaar geworden. Ze hadden bij me in de klas gezeten op de lagere school, maar ze woonden aan de andere kant van het dorp, in een sociale wijk. Vriendschappen met kinderen uit sociale wijken werden mij door vader afgeraden, verboden zelfs. Zo ging dat toen, ook al was ik het er niet mee eens. Dus Luc en Luc konden me niets bijbrengen op mijn queeste. Een dieper inzicht in vaders opvattingen had ik niet nodig.

Meisjevrouw, wat schrok ik toen ik je naam achter een bosje bloemen las. Mijn eerste lief, je was het eerste meisje dat ik kuste. Het had dagen geduurd voor ik met een knalrode kop en vlinders in de buik je hand durfde vasthouden. Je woonde vlakbij, mijn zus en ik kwamen vaak bij jullie spelen, zwemmen in het zwembad dat je vader – leraar op de vakschool – zelf had gemaakt. Je borsten, je billen, je liep de hele zomer in je bikini. Je was twee jaar ouder dan deze knul van veertien. Je sproeten, je rode haar,de kleine rimpeltjes rond je mond als je lachte, je bracht mijn hoofd op hol. Maar je zusje was mooier en op de dag dat ik Machine Head van Deep Purple voor mijn verjaardag van je kreeg, liet ik je staan. Kalverdinges, ik heb je zusje er trouwens niet mee lastig gevallen. En ik ben nooit meer komen zwemmen. Ik vergat je, was je tot vandaag helemaal vergeten. Je hier te zien is de klap die je me toen had mogen geven. 

Schommelen van waar naar waar?

MIjn meester en mijn eerste meisje, waarom krijg ik net van jullie die eerste beelden van toen terug? Ik had opnieuw willen voetballen met die gasten uit de klas, koersen op onze fietskes (ik ben Eddy Merckx! Nee, ikke! Gij, gij zijt Jimondi of Poelidor!), kauwend op een grassprietje liggen in de wei en kijken naar onze papieren vliegers tegen de wolken. Knikkeren tegen de muur op de speelkoer (meester, hij heeft mijne boemeket afgepakt! Da’s nie waar, hij liegt!), schommelen in de speeltuin op schoolreis. Opnieuw straf schrijven, opnieuw het beschamende van mijn puberale gedrag beleven, dat kwam ik hier niet zoeken. 

Maar die belhamels leven nog of liggen begraven in andere dorpen, andere steden, hun namen als die van onbekende soldaten die vechten met het bestaan. 

Ik reed nog naar het oude kerkhof, waar ma en pa rusten. De zon hinderde hier niet, het kerkhof lag beter georiënteerd.  Daar ligt ook de plausibele uitleg waarover ik het had. Ma stierf op het einde van mijn kindertijd, zij kon daar later niet meer over vertellen. En pa worstelde met zijn verdriet om jou, mama, hij had geen tijd om te vertellen, zelfs niet over zijn eigen jonge jaren. Verhalen kwamen bij ons thuis niet voor, of zelden. Ik weet niet beter of dat zwijgen heeft een dikke laag stof gelegd over mijn herinneringen waaronder ze verborgen blijven. Of zou er nog een andere reden zijn?

Laatst kwam ik het woord ‘lamenteren’ tegen in een boekje van Daniil Charms en bij Koen Peeters las ik ‘voorouders’. Geen van beide woorden zijn materialen voor de heropbouw van wat ik mis. Soms neurie ik deuntjes van tv-series in zwartwit. Bonanza, kapitein Zeppos, nonkel Bob’s Vrolijke Vrienden. De woorden die ik zing lijken op het brabbeltaaltje van een kleuter. Helpen evenmin om wat op te bouwen, deze nutteloze, onzinnige, naar waanzin neigende mantra’s. 

Vlakbij het graf van mijn ouders ligt een jongetje uit de klas van mijn broer. Ik zie die twee bengels – tien jaar jonger dan ik – nog voetballen op het gazon bij ons thuis. En hoe hun bal daarna wekenlang onaangeroerd bleef liggen in het berghok. Ik mag dat berghok zoveel ik wil voor de geest halen, restanten uit mijn kinderdagen vind ik er niet.

Geen klasgenoten op het oude kerkhof overigens, wij zijn geboren in een goed jaar. Enigzins gefrusteerd over het povere resultaat van mijn zoeken rij ik naar huis. Op de radio klinkt Mahlers Kindertotenlieder, pesterig. Nu heb ik het wel gehad met mijn verleden, laat het maar even onzichtbaar blijven.

Een tijdje terug postte ik een quote van Kurt Vonnegut, over Lot die zich omdraaide, u kent haar en uw bijbelse geschiedenis, ja? Kurt zei zelf niet meer om te willen kijken. Maar hij wist tenminste wat achter hem lag: Dresden en haar gruwelijke vernietiging terwijl hij daar opgesloten zat in slachthuis Vijf. Ik weet alleen dat mijn kinderjaren wonderlijk mooi waren, grotendeels heerlijk onbezorgd. Alleen ontbreken beeld en geluid. En dat valt me zwaar, ook al weet ik niet goed waarom ik op mijn leeftijd die bouwstenen nog nodig heb.

‘s Nachts ga ik tegen beter weten in op zoek naar wat zo reddeloos verloren blijft. In het donker van onze woning bots ik op een deur die gesloten blijft zolang ik geen dodenmaskers van pagadders, snotapen en kapoenen tegen de scanner kan drukken. Duizelig omdat ik geen alternatief kan bedenken, wankel ik terug naar ons bed. Vrouwlief slaapt en heeft er geen moeite mee dat ik wat ravotterij bijeen droom. (Ga gij maar in de goal staan, gij kunt niet eens fatsoenlijk sjotten, gij!)

Auteur: Mark Verstraelen

Post-actief boekverkoper. Krabbelt zelf ook wat.

2 gedachten over “Luister: schommelen.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: